VERSLAG: Pinkpop 2019 - Zaterdag

Naar het Pinkpop 2019 - Zondag verslag

VERSLAG: Juliën L Ortye  

Pinkpop 2019 - Zaterdag

Nummertje vijftig. Jan Smeets en Pinkpop vieren dit jaar een heus jubileum. Het oudste, jaarlijks terugkerende festival van de wereld, is jarig. Een verjaardag met een dof randje, overigens. Smeets beklaagde zich deze week nog in het NRC over Metallica en Pearl Jam’s Eddie Vedder, die beide dit weekend in Nederland spelen, maar klaarblijkelijk een – eigen- headlineshow in respectievelijk de ArenA en de AFAS verkozen boven een festivalshow. Het zorgt ervoor dat het Limburgse festival niet echt alle gedroomde headliners heeft kunnen boeken, waardoor we het op deze openingsdag moeten doen met Mumford & Sons. Dat is niet ideaal, maar daarover later meer.

De eerste dag begint namelijk bij Bazart. De Vlamingen worden zowel in eigen land als in Nederland tegelijkertijd verguisd en omarmd; de een vindt het pretentieuze troep, de ander loopt volledig weg met de melancholische en mysterieuze (synth)popliedjes van Matthieu Terryn en consorten. De weerstand die Bazart oproept, die valt in elk geval wel te begrijpen als je bekijkt hoe de frontman zich op het podium voortbeweegt. Het heeft iets aanstellerigs, die zwierige bewegingen van hem, maar tegelijkertijd zingt hij wel met zoveel gemak over de weide heen, dat het ook wel iets bewonderenswaardigs heeft. Zie, daar is die tegenstrijdigheid weer. Na een jaar of drie weet je overigens inmiddels wel precies wat je bij de Belgen kunt verwachten. De grootste ‘verrassing’ is dan ook dat ze Eefje de Visser op het podium halen voor het uitstekende ‘Onder Ons’. Daar houdt het, qua inspiratie, dan ook een beetje bij op. De ondankbare taak die de Main Stage openen heet, is niet aan Bazart besteed.

Door naar de Brightlands Stage, zoals de tent sinds een jaar heet. Overigens, voor wie dit podium verwart met de IBA Parkstad Stage (de vroegere 3FM Stage): ‘Brightland(s)’ rijmt op ‘tent’ – een handig bruggetje om te voorkomen dat je niet opeens bij het verkeerde podium staat. Daarover gesproken: stónden we maar bij het verkeerde podium, dan was de ellende die Yungblud heet ons bespaard gebleven. Dat de 21-jarige Dominic Harrison een aardig gevoel voor drama heeft, dát was inmiddels wel duidelijk, getuige de cover van zijn vorig jaar verschenen debuutplaat en het felrode apenpakkie dat hij vandaag draagt, maar dat-ie er op het podium zo’n potje van maakt, dat zagen wij ook niet aankomen. Of we wel eens iemand een kogel door het hoofd hebben willen jagen, vraagt hij. Gezellig. Niks mis met zo’n kritische insteek natuurlijk, maar wel als je het muzikaal niet op weet te volgen. Yungblud klinkt als een slappe samensmelting van Green Day en My Chemical Romance – hij lijkt ook wel een beetje op MCR’s Gerard Way – en dat geforceerde maatschappelijke engagement in combinatie met zijn schreeuwerige zang maakt het allemaal niet beter. Snel door dus.

Naar George Ezra om precies te zijn, de sympathieke Brit die sinds zijn doorbraak vijf jaar geleden, amper uit de spotlights verdwenen is. Helaas, zou je zeggen, want ook vandaag laat hij niet zien waarom hij (opnieuw) een plek op het hoofdpodium verdiend heeft. De verhaaltjes tussendoor, over hoe hij achterin de bus het refrein van een van zijn hits bedacht en op zijn telefoon opnam, zijn misschien nog gezapiger en flauwer dan de manier waarop hij zijn liedjes speelt. Neem nou zo’n ‘Pretty Shining People’, dat al niet getuigt van een spitsvondige manier van schrijven, maar ook nog eens zo plichtmatig gespeeld wordt dat je je afvraagt of Ezra het zélf überhaupt leuk vindt om hier te staan. Aan de andere kant: het Pinkpop-publiek – en dan met name de voorste rijen – eet, zoals verwacht, uit zijn hand en vooraan staan de meisjes weer volop mee te zingen met het inmiddels een half miljard(!) keer gestreamde ‘Budapest’. Het zal voor hem ongetwijfeld voelen als de zoveelste overwinning, maar zo klonk het niet.

Een flinke bak ellende krijgen we dus in de eerste uren op Pinkpop te verduren, dus het is des te prettiger dan Cage the Elephant’s Matt Shultz er wél veel zin in heeft. Wat heet: doe ons ook maar de drugs die hij gebruikt. Als een wervelwind raast hij van links naar rechts en van voor naar achter, net zolang totdat hij na een uur de show crowdsurfend beëindigt. Het lijkt erop dat de zegetocht van de Amerikaanse band dit jaar eindelijk écht begonnen is – en dat heeft vooral te maken met het verschijnen van Social Cues, waarop de band een iets meer catchy route heeft genomen. Dat staat ze goed, getuige de gelijknamige single en ‘Ready To Let Go’. De band weet die nieuwe inslag goed te combineren met een venijnige presentatie, waardoor ze nog stukken scherper en steviger klinken dan je op voorhand zou verwachten. Die reputatie hebben ze natuurlijk al jaren, maar het is altijd fijn om te zien dat een band de verwachtingen waarmaakt. Dat kun je wel aan Shultz toevertrouwen.

We slaan de zoveelste passage van Anouk op dit festival over en blijven een beetje rond de IBA Parkstad Stage hangen voor Jacob Banks, die ondanks zijn 27 jaar klinkt alsof hij al een halve eeuw in het vak erop heeft zitten. Wát een stem. Op z’n minst imposant te noemen, hoe rauw en scherp de Brit klinkt – van begin tot eind. Des te spijtiger is het dat de muzikale inkleuring van die stem verder nogal te wensen over laat. Ja, zowel ‘Chainsmoking’ als die andere ‘hit’, ‘Unknown (To You)’ zijn allebei prima liedjes, maar daar heb je het dan ook wel mee gehad. Bovendien brengt hij zijn volledige repertoire vandaag behoorlijk zielloos; het lijkt wel alsof de man uit Birmingham een beetje is doorgeslagen in zijn bescheidenheid, zo slapjes oogt het. Jammer, want met zo’n strot moet er toch echt veel meer uit te halen zijn dan nu het geval is.

Over bijzondere stemmen gesproken: een van de meest verrassende namen op het Pinkpop-affiche is die van Jamiroquai. Zanger Jay Kay wordt dit jaar (eveneens) vijftig en draait inmiddels al meer dan een kwart eeuw mee, maar er lijkt vooralsnog geen sleet op zijn stem te zitten, noch op de muziek van de Londense band. Vorig jaar stonden ze voor het eerst in dertien jaar weer eens op de planken in Amerika en nu eindelijk dan weer eens in Nederland – en het is goed. Zo’n band die vrijwel iedereen kent doet het altijd wel goed op Pinkpop, maar er zijn de afgelopen jaren weinig niet-headliners geweest die het veld zó in beweging krijgen als de Engelsen dat vandaag doen. En dat terwijl ze de grote hits achterwege laten. Wie hoopt op ‘Canned Heat’ of ‘Virtual Insanity’ komt vandaag bedrogen uit, maar aan de andere kant: je mist ze ook niet echt, de vijver waaruit ze kunnen vissen is tenslotte toch eindeloos en zit bovendien vól kwaliteit. Een onverwacht hoogtepunt.

Als we het dan toch over verwachtingen hebben: je kunt er inmiddels vergif op innemen dat Elbow ieder jaar in elk geval op één Nederlands festival staat, of dat nu Pinkpop of Lowlands is. De goedgeluimde Britten – met über-goedzak Guy Garvey voorop – zijn ook niet voor niets zo’n graag geziene gast op de festivalweides. Je weet tenslotte precies op voorhand wat je kunt verwachten. Hoewel… Ze maken het Pinkpop niet gelijk makkelijk, want de met hits doorspekte setlist is thuis achtergebleven. In plaats daarvan openen ze met het vrij onbekende ‘Fly Boy / Lunette’ en blijft het in de eerste veertig minuten bij soortgelijke nummers: vrijwel perfect gespeeld, alweer uitstekend gezongen, maar geen vleugje herkenbaarheid. Maar ach, zodra het hele veld mee fluit met ‘Lippy Kids’, de armen van links naar rechts zwieren bij de tijdloze klassieker ‘One Day Like This’ en er stevig gestampt wordt bij afsluiter ‘Grounds For Divorce’, krijgt iedereen alsnog precies wat ze wilden (en verwachten). Elbow gaat nooit vervelen.

Goed, Mumford & Sons dus. Zoals gezegd niet bepaald de gedroomde headliner, daarover heeft Smeets de afgelopen weken en maanden regelmatig over gebromd in de media. Hij heeft natuurlijk een punt. Het zal een flinke doorn in het oog zijn dat het dit jaar óók niet gelukt is om (bijvoorbeeld) Neil Young te boeken en dat hij het in plaats daarvan op deze eerste dag met de Britse banjomannen moet doen. En het ergste van dit alles is misschien nog wel: Marcus Mumford en zijn kompanen zijn echt (nog) niet klaar voor shows van dit formaat.

In de Alpha op Lowlands, een klein twee jaar geleden, werkte de opzwepende folk nog als een trein, maar op zo’n groot veld, waar je liedjes – zeker als headliner – een enorm bereik moeten hebben om te werken, slaat het gewoon al snel dood. Dat ligt overigens niet zozeer aan de grootte van het podium of het veld, maar aan het gebrek aan genoeg ‘grote’ liedjes. Het helpt dan ook niet dat de mannen ervoor kiezen om gelijk in het begin al ‘Little Lion Man’ en ‘The Cave’ te spelen, waarmee ze eigenlijk hun eigen ruiten ingooien. ‘Lover of the Light’, altijd een hoogtepunt op de setlist, klinkt even later dan ook nog steengoed, maar wat volgt is een rits aan eenzijdige, doodsaaie tokkelliedjes, waar je goed uit kunt opmaken dat de laatste twee albums écht niet best waren. Met afsluiter ‘Delta’ maken ze dan nog wel een beetje goed, maar een voldoende haalt Mumford & Sons vandaag niet. Jammer, maar niet geheel verrassend.

FOTOGRAFIE: Irwan Notosoetarso   Paul van Haeff  

  12345  
Bazart foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Bazart foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Cage the Elephant foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Cage the Elephant foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Cage the Elephant foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Cage the Elephant foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Golden Earring foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Golden Earring foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Golden Earring foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Golden Earring foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Halestorm foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Halestorm foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Halestorm foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Halestorm foto Pinkpop 2019 - Zaterdag Hippo Campus foto Pinkpop 2019 - Zaterdag
 
  12345  
 
festival logo

HELLO FESTIVAL 2019Aan de Emmense Rietplas vindt dit pinksterweekend Hello Festival plaats....

Kaderock 2019 logo

KADEROCK 2019 In Den Haag wordt het grootste kleine (en gratis!) festival van Nederland...