Op Ask speelt hij samen met drummer/percussionist Daniele Bertone (Carlo Actis Dato kwartet) en de Amerikaanse pianist Marc Copland, die in het begin van zijn carrière nog saxofoon speelde. Als pianist heeft Copland in verschillende ensembles gespeeld, met onder andere John Abercrombie en Gary Peacock. Dat is een bijzonder mooie combinatie, zou je zeggen. Doe daar ook nog de prachtige paarse hoes bij met een buitenaards landschap en songtitels die tezamen ruimte in meerdere contexten betekenis geven en je zou zeggen: kom maar op!
Helaas maakt Cosentino de verwachtingen niet waar: dat je een begaafde gitarist bent, betekent nog niet dat je een goed album kunt maken. De opening is nog aardig met een funky gitaar, dito drums en de piano die hen lijdzaam begeleidt. Wanneer Cosentino met enkele gitaartonen even later het nummer ‘Leeway’ gestalte wilt geven, gaat het mis. Het klinkt alsof zijn gitaar niet goed gestemd is; daarnaast kan de drummer de ingeslagen weg niet goed kan volgen.
Gelukkig gaat het met ‘Beneath’ een stuk beter. Doordat de piano van Copland op de achtergrond doorgalmt, krijgt het complexe samenspel van gitaar en piano een ruimtelijk klank. Even later hoor je datzelfde op ‘Mermaid’ waarbij Bertone de percussie ter harte neemt op de door de piano ingegeven lijnen. Pas op ‘L’Astronauta’ weet de Italiaanse gitarist te imponeren. Het trio voelt haarfijn de intieme aard van het nummer, dat Cosentino in 2015 schreef ter gelegenheid van de geboorte van zijn dochter, aan.
‘581 G’ opent verrassend met een bluesy gitaar, waarna de drums, gitaar en piano elkaar opzoeken. Hier lijkt het alsof de muzikanten niet goed op elkaar ingespeeld zijn waardoor het geheel snel verwaterd. Cosentino ziet dit in en neemt het muziekstuk over met een bluessolo, waarna de twee andere muzikanten de draad uiteindelijk weer oppikken. Op ‘581 G [Alternative Take]‘ pakken zij het anders aan: hier is het juist de piano die het geheel leidt. Het klinkt niet minder weifelend.
Ask klinkt niet overtuigend. Het trio lijkt niet geïnspireerd, waardoor het beluisteren een lange zit wordt. De manier waarop het album de piano (achterin, galmend) en de gitaar (voorin, ongefilterd akoestisch) weergeeft, draagt niet bij aan het luisterplezier. Aangezien Cosentino het album heeft geproduceerd en in zijn eigen Dragonfly studio samen met Federico Mollo heeft gemixt, heeft hij het blijkbaar zo gewild. Hij had beter iemand kunnen inhuren om zijn composities de glans te geven die ze verdienen.

Solar Project - Coeur ÉclairHoe krijg je een chagrijnige boomer uit zijn stoel om vrolijk te gaan...

Transport Aerian - Live In Ghent Het Belgische Transport Aerian bestaat inmiddels vijftien jaar en heeft...
